ECLI:NL:RBDHA:2024:18216
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep wegens niet tijdig besluit vreemdelingenmachtiging nareis
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor zijn ouders en broertjes. De minister van Asiel en Migratie heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro.
De aanvraag is ingediend op 31 oktober 2023, waarbij de minister uiterlijk op 29 april 2024 een besluit had moeten nemen. Deze termijn is verstreken zonder besluit. Eiser heeft op 22 mei 2024 een ingebrekestelling gestuurd en op 18 juni 2024 het beroep ingesteld, wat tijdig is. De rechtbank verklaart het beroep gegrond.
De rechtbank legt een termijn van acht weken na verzending van deze uitspraak op waarbinnen de minister moet besluiten, met een mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd. De reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 worden vastgesteld. Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten en griffierecht aan eiser.
De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp op 5 november 2024 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen onder dreiging van dwangsommen.