Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
€ 1.442 aan bestuurlijke dwangsommen heeft verbeurd.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van besluiten op aanvragen om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis en het verblijfsdoel familie en gezin. Verweerder heeft de beslistermijn met drie maanden verlengd, maar heeft uiteindelijk niet binnen de verlengde termijn besloten.
De rechtbank stelt vast dat verweerder op 28 maart 2024 rechtsgeldig in gebreke is gesteld en dat het beroep tijdig is ingediend. Gezien de bijzondere aard van aanvragen om gezinshereniging bij een houder van een asielvergunning, wordt een langere beslistermijn dan de standaard twee weken opgelegd.
De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen acht weken na verzending van deze uitspraak moet beslissen, tenzij nader onderzoek nodig is, in welk geval een termijn van twintig weken geldt. Voor elke dag overschrijding van deze termijn verbeurt verweerder een dwangsom van €100, met een maximum van €7.500.
Verder veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van de reeds verbeurde dwangsommen van €1.442, de proceskosten van €437,50 en de vergoeding van het griffierecht van €187 aan eiser. De uitspraak is gedaan door rechter M.J. Schouw op 4 november 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken te beslissen, met oplegging van dwangsommen en veroordeling in proceskosten.