ECLI:NL:RBDHA:2024:18223
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep wegens niet tijdig besluit nareis aanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht definitief toegewezen.
De aanvraag werd ingediend op 29 augustus 2023, met een beslistermijn van 90 dagen die door verweerder met drie maanden werd verlengd. Verweerder heeft echter geen besluit genomen binnen de uiterste termijn van 27 februari 2024. Eiser stelde verweerder op 1 maart 2024 rechtsgeldig in gebreke en diende op 1 april 2024 het beroep in, dat tijdig werd geacht.
De rechtbank oordeelt dat bij nareisaanvragen sprake is van een bijzonder geval en legt op grond van artikel 8:55d Awb een termijn van acht weken op waarbinnen verweerder een besluit moet nemen. Indien nader onderzoek noodzakelijk is en schriftelijk wordt meegedeeld, geldt een termijn van twintig weken. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd bij overschrijding. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 en de proceskosten van €437,50.
De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt verweerder op binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen. Partijen worden geïnformeerd over de mogelijkheid tot verzet binnen zes weken na verzending van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen onder dreiging van een dwangsom.