ECLI:NL:RBDHA:2024:18224
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig besluit op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis en op grond van artikel 8 EVRM Pro voor verblijf bij haar referent. De minister van Asiel en Migratie heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, een besluit genomen. Eiseres heeft de minister rechtsgeldig in gebreke gesteld en vervolgens tijdig beroep ingesteld.
De rechtbank overweegt dat het niet tijdig nemen van een besluit gelijkstaat aan een besluit en verklaart het beroep gegrond. Gelet op de aard van de aanvraag en jurisprudentie legt de rechtbank een termijn van acht weken op waarbinnen de minister een besluit moet nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd.
De rechtbank stelt vast dat de minister reeds €1.442 aan bestuurlijke dwangsommen heeft verbeurd en veroordeelt de minister tot betaling hiervan aan eiseres. Daarnaast worden de proceskosten van €437,50 en het griffierecht van €187 aan eiseres toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen onder oplegging van dwangsommen.