ECLI:NL:RBDHA:2024:18227
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep wegens niet tijdig besluit nareis aanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij een referent. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn van de minister, inclusief verlenging, is verstreken zonder besluit. Eiser heeft de minister rechtsgeldig in gebreke gesteld en het beroep tijdig ingediend.
De rechtbank oordeelt dat bij aanvragen om gezinshereniging bij een houder van een asielvergunning sprake is van een bijzonder geval, waardoor een langere beslistermijn kan worden opgelegd. De rechtbank bepaalt dat de minister binnen acht weken na verzending van deze uitspraak een besluit moet nemen, tenzij nader onderzoek wordt aangekondigd, waarna de termijn twintig weken bedraagt.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 en veroordeelt de minister tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 en proceskosten van €437,50. Het griffierecht van €187 wordt eveneens vergoed. De uitspraak is gedaan door rechter A.J. de Danschutter op 6 november 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen en er worden dwangsommen en proceskosten opgelegd.