Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
€ 437,50 (vierhonderdzevenendertig euro en vijftig cent).
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij zijn echtgenote. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht toegewezen.
De aanvraag werd ingediend op 22 maart 2024, waarna de minister op grond van de Vreemdelingenwet 2000 uiterlijk 20 september 2024 had moeten beslissen. Deze termijn is verstreken zonder besluit. Eiser stelde de minister op 25 september 2024 rechtsgeldig in gebreke en diende op 22 oktober 2024 het beroep in, dat tijdig werd geacht en kennelijk gegrond.
De minister voerde aan dat het fifo-principe leidt tot een verwerking in november 2025 en verzocht om aanhouding van het beroep of een ruime beslistermijn van twintig weken met een verlaagde dwangsom. De rechtbank wees dit af, oordeelde dat er geen sprake is van overmacht en legde een beslistermijn van acht weken op, met een mogelijkheid tot twintig weken bij nader onderzoek.
Verder stelde de rechtbank een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 vast en veroordeelde de minister tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €992 en de proceskosten van €437,50. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp op 11 november 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen onder oplegging van dwangsommen.