ECLI:NL:RBDHA:2024:18536
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig besluit nareis aanvraag, nadere beslistermijn opgelegd
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij een houder van een asielvergunning. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig en gegrond is, omdat verweerder de beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, heeft overschreden zonder een besluit te nemen.
De rechtbank verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is vastgesteld dat bij nareisaanvragen sprake is van een bijzonder geval, waardoor een langere beslistermijn kan worden opgelegd dan de standaard twee weken. Daarom legt de rechtbank een termijn van acht weken op waarbinnen verweerder een besluit moet nemen. Indien nader onderzoek nodig is en dit schriftelijk aan eiser wordt meegedeeld, geldt een termijn van twintig weken.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van een dwangsom van € 100 per dag bij overschrijding, met een maximum van € 7.500, en tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van € 1.442. Ook worden de proceskosten van eiser vastgesteld op € 437,50 en het griffierecht van € 187 aan eiser vergoed. De uitspraak is gedaan door rechter Van Dooijeweert op 11 november 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.