EU-TAX vorderde inzage in documenten, een verklaring voor recht dat de gedaagden de Vaststellingsovereenkomst met een concurrentiebeding hadden overtreden, en schadevergoeding. Deze vorderingen waren gebaseerd op vermoedens en aannames, waaronder het overstappen van een klant naar een ander kantoor en het niet kiezen van een Pools sprekende advocaat door de gedaagden.
De kantonrechter oordeelde dat de gevorderde inzage in documenten onvoldoende concreet was en neerkwam op een 'fishing expedition', waarvoor artikel 843a Rv niet kan worden ingezet. Daarnaast ontbrak het aan concrete feiten en omstandigheden om de schending van het concurrentiebeding aannemelijk te maken.
Daarom werden alle vorderingen afgewezen, inclusief de schadevergoeding, die bovendien niet concreet was gespecificeerd. EU-TAX werd veroordeeld in de proceskosten van de gedaagden. Het vonnis werd gewezen door kantonrechter C.W.D. Bom op 12 november 2024.