ECLI:NL:RBDHA:2024:18587
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens te late indiening
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter in een procedure over bewind en mentorschap. Zij stelde dat de rechter niet onpartijdig was vanwege het ontbreken van hoor en wederhoor en vooringenomenheid tijdens een zitting op 25 juli 2024.
De klachtenfunctionaris informeerde verzoekster op 19 september 2024 over het recht op wraking en dat klachtenprocedure hiervoor niet bedoeld was. Het wrakingsverzoek werd pas op 16 oktober 2024 ingediend, bijna vier weken later, zonder redelijke verklaring voor de vertraging.
De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek te laat was ingediend en daarom niet ontvankelijk kon worden verklaard. Een inhoudelijke beoordeling van de wrakingsgronden vond niet plaats. De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals die was bij het indienen van het wrakingsverzoek.
Verzoekster kan haar bezwaren over het proces-verbaal van het huisbezoek op 12 september 2024 in de hoofdzaak aan de orde stellen. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is te laat ingediend en verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard.