ECLI:NL:RBDHA:2024:1860
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep samen met een vergelijkbare zaak behandeld en beoordeelt de beroepsgronden van eiser.
Eiser stelde dat het overdrachtsbesluit nietig is vanwege schending van de informatieplicht uit artikelen 4 en 5 van de Dublinverordening, omdat hij informatiebrochure deel B niet of te laat ontving en niet werd gevraagd of hij de inhoud begreep. De rechtbank oordeelt dat de brochure wel tijdig is uitgereikt tijdens het aanmeldgehoor en dat de staatssecretaris aan zijn informatieverplichting heeft voldaan. Het beroep op een arrest van het Hof van Justitie wordt niet gevolgd omdat de situatie anders is.
Verder betoogt eiser dat artikel 16 van Pro de Dublinverordening van toepassing is vanwege zijn fysieke en psychische medische klachten en afhankelijkheid van zijn broer. De rechtbank stelt vast dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij ernstig ziek is of exclusief afhankelijk is van zijn broer, en dat de staatssecretaris geen zorgvuldig onderzoek heeft nagelaten. Ook het beroep op artikel 17 wegens Pro bijzondere omstandigheden wordt verworpen omdat geen sprake is van onevenredige hardheid bij overdracht aan Duitsland.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en het besluit tot niet in behandeling nemen van de asielaanvraag in stand blijft. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.