ECLI:NL:RBDHA:2024:18689
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing mvv-aanvraag wegens onvoldoende beschikbaarheid voor DNA-onderzoek
In deze bestuursrechtelijke zaak betwist eiser de afwijzing van zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) door de minister van Asiel en Migratie. De minister wees de aanvraag af omdat eiser onvoldoende documenten over zijn identiteit en familierechtelijke relatie met de referente had overlegd en geen gebruik had gemaakt van het aangeboden DNA-onderzoek.
De rechtbank oordeelt dat de beoordeling ex-tunc plaatsvindt, dus op basis van de situatie ten tijde van het bestreden besluit. Hoewel eiser inmiddels in Nederland verblijft, is dit niet relevant voor de beoordeling. De minister heeft voldoende contactpogingen gedaan en het DNA-onderzoek aangeboden via de diplomatieke post in Rome, aangezien Malta geen faciliteiten biedt.
Eiser heeft nagelaten de minister actief te informeren over zijn situatie en de voortgang van zijn asielprocedure, waardoor hij niet voldeed aan zijn samenwerkingsplicht. De rechtbank concludeert dat de minister niet onzorgvuldig heeft gehandeld en verklaart het beroep ongegrond, waardoor eiser geen mvv krijgt en geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen machtiging tot voorlopig verblijf.