ECLI:NL:RBDHA:2024:18693
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag wegens internationale bescherming in Malta
Eiser, van Eritrese nationaliteit, diende op 28 mei 2024 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in Nederland. De minister verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a van de Vreemdelingenwet 2000, omdat eiser reeds internationale bescherming geniet in Malta. Eiser voerde aan dat het niet zijn intentie was om in Malta asiel aan te vragen en dat hij familieleden in Nederland heeft wonen.
De rechtbank oordeelt dat het feit dat eiser internationale bescherming heeft in Malta vaststaat en dat het interstatelijke vertrouwensbeginsel geldt, waardoor Malta haar internationale verplichtingen nakomt. De rechtbank stelt vast dat het enkel hebben van familie in Nederland geen bijzondere feiten of omstandigheden vormt die rechtvaardigen af te wijken van het uitgangspunt dat het redelijk is dat eiser terugkeert naar Malta.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt daarmee de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter V.A.G. van Dijk en griffier J. Dijkstra op 13 november 2024 te Groningen.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.