ECLI:NL:RVS:2024:326
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- J.M. Willems
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid asielaanvraag minderjarige Syriër wegens band met Roemenië
Een minderjarige Syriër die via Roemenië naar Nederland reisde, vroeg asiel aan in Nederland. De staatssecretaris verklaarde zijn aanvraag niet-ontvankelijk omdat hij in Roemenië al internationale bescherming genoot en daar een zodanige band mee had dat terugkeer redelijk was. De rechtbank oordeelde dat dit standpunt terecht was, ondanks zijn begeleiding in Nederland.
De vreemdeling stelde dat hij in Roemenië als minderjarige sociaal geïsoleerd was, geen medische hulp ontving en niet wist hoe hij klachten kon indienen. De Raad van State overwoog dat de staatssecretaris voldoende rekening had gehouden met de belangen van het kind en dat er geen bewijs was dat hij in Roemenië geen hulp kon krijgen of zich niet tot autoriteiten kon wenden.
Het AIDA-rapport toonde aan dat statushouders in Roemenië toegang hebben tot werk, zorg, onderwijs en begeleiding. Er was geen bewijs van een sociaal netwerk in Nederland dat zwaarder zou wegen dan het belang van terugkeer. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag bevestigd.