ECLI:NL:RBDHA:2024:18800
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op bezwaar tegen afwijzing machtiging voorlopig verblijf
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op het bezwaar tegen de afwijzing van de aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van verblijf als familie- en gezinslid. De rechtbank oordeelt dat het niet tijdig nemen van een besluit gelijkstaat aan een besluit en dat het beroep tijdig is ingediend na een rechtsgeldige ingebrekestelling.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn, die op grond van de Vreemdelingenwet 2000 negentien weken bedraagt, is verstreken zonder dat verweerder een besluit heeft genomen. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend en het dossier bevat geen aanwijzingen voor nader onderzoek. De rechtbank legt daarom een termijn van vier weken op waarbinnen verweerder een besluit moet nemen.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €7.500, en tot vergoeding van de reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442 aan eiser. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van €437,50 en het griffierecht van €187.
De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp op 13 november 2024 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen vier weken een besluit te nemen, met oplegging van dwangsommen en veroordeling in proceskosten.