ECLI:NL:RBDHA:2024:18857
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens ontbreken bijzondere afhankelijkheid bij gezinsleven
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid bij haar zoon, referent. De minister had de aanvraag afgewezen omdat er geen sprake is van bijzondere afhankelijkheid die de gebruikelijke emotionele banden overstijgt, en daarom geen gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank overweegt dat referent bij vertrek uit Jemen 23 jaar was en bij aanvraag 27 jaar, en niet onder het jongvolwassenenbeleid valt. De omstandigheden van samenwoning en leeftijd maken geen bijzondere afhankelijkheid aannemelijk. Ook de financiële steun van referent kan naar het oordeel van de rechtbank op afstand worden voortgezet.
Eiseres voerde aan dat medische klachten en asielgerelateerde omstandigheden meegewogen moesten worden, maar de rechtbank volgt de minister dat deze omstandigheden niet relevant zijn voor de beoordeling van het gezinsleven, maar eventueel voor een belangenafweging. Omdat geen gezinsleven is vastgesteld, is een belangenafweging niet aan de orde.
De rechtbank concludeert dat de minister alle relevante feiten en omstandigheden heeft betrokken en de aanvraag terecht heeft afgewezen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de mvv-aanvraag bevestigd.