ECLI:NL:RBDHA:2024:18942

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 november 2024
Publicatiedatum
15 november 2024
Zaaknummer
NL24.43240
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 Vreemdelingenwet 2000Art. 96 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht

Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die op 23 september 2024 door de minister van Asiel en Migratie is opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft eerder op 8 oktober 2024 geoordeeld dat de maatregel tot dat moment rechtmatig was, waardoor alleen de periode na 2 oktober 2024 relevant is voor beoordeling.

Eiser stelde primair dat het voortduren van de maatregel na 2 oktober 2024 in strijd is met de wet en subsidiair dat het voortduren na belangenafweging niet gerechtvaardigd is. De rechtbank oordeelt dat eiser deze stellingen onvoldoende heeft onderbouwd en geen nieuwe feiten heeft aangevoerd die aanleiding geven tot een ander oordeel dan in de eerdere uitspraak.

De rechtbank concludeert dat het voortduren van de maatregel van bewaring rechtmatig is gebleven en verklaart het beroep ongegrond. Tevens wijst zij het verzoek om schadevergoeding af. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.43240

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. G.A. Dorsman),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft op 23 september 2024 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en heeft het onderzoek gesloten op 11 november 2024.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1981 en de Marokkaanse nationaliteit te hebben.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 8 oktober 2024 van deze rechtbank en zittingsplaats volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt rechtmatig was. [1] Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek op 2 oktober 2024.
4. In zijn inleidend beroepschrift van 5 november 2024 stelt eiser primair dat het voortduren van de maatregel van bewaring na 2 oktober 2024 in strijd is met de wet. Subsidiair voert hij aan dat het voortduren van de maatregel van bewaring na een afweging van alle belangen niet is gerechtvaardigd. In zijn aanvullend beroepschrift van 11 oktober 2024 refereert eiser zich aan het oordeel van de rechtbank over de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring.
5. De rechtbank ziet in wat eiser aanvoert geen aanleiding om te concluderen dat het voortduren van de maatregel van bewaring onrechtmatig is. Eisers stelling dat het voortduren van de maatregel van bewaring in strijd is met de wet, heeft hij niet onderbouwd. Verder heeft de rechtbank in haar eerdere uitspraak van 8 oktober 2024 geoordeeld dat verweerder terecht geen aanleiding heeft gezien om te volstaan met een lichter middel. Eiser heeft in de huidige procedure geen nieuwe feiten en omstandigheden naar voren gebracht die aanleiding geven voor een ander oordeel.
6. Ook overigens ziet de rechtbank geen grond voor het oordeel dat het voortduren van de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was.
7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
8. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan op 15 november 2024 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Met het kenmerk: ECLI:NL:RBDHA:2024:16363.