ECLI:NL:RBDHA:2024:16363
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen maatregel bewaring wegens uitzicht op uitzetting naar Marokko ongegrond verklaard
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende vreemdeling zonder rechtmatig verblijf in Nederland, is door verweerder de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel is genomen vanwege het risico dat eiser zich aan toezicht onttrekt en de uitzettingsprocedure belemmert.
Eiser betwist de gronden van bewaring niet, maar voert aan dat het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn ontbreekt en dat de informatieplicht ex artikel 5.3 Vb niet is nageleefd. De rechtbank oordeelt dat het zicht op uitzetting naar Marokko binnen een redelijke termijn aanwezig is, mede gelet op de vaste rechtspraak en het ontbreken van onderbouwing door eiser. Ook het niet tijdig ontvangen van een reactie van Marokkaanse autoriteiten is onvoldoende om het ontbreken van uitzicht aan te nemen.
Ten aanzien van de informatieplicht stelt de rechtbank vast dat de termijn voor aanpassing van de werkwijze van verweerder nog niet is verstreken en dat eiser voldoende op de hoogte was van de redenen van bewaring. De belangenafweging leidt tot de conclusie dat het gebrek niet onrechtmatig is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.