ECLI:NL:RBDHA:2024:19340
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig besluit op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De rechtbank heeft het verzoek om griffierechtvrijstelling toegekend wegens betalingsonmacht.
De aanvraag werd ingediend op 15 november 2023 en de minister had uiterlijk 13 mei 2024 moeten beslissen, maar heeft dit nagelaten. Eiseres stelde de minister op 25 mei 2024 rechtsgeldig in gebreke en diende op 11 juni 2024 tijdig beroep in. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is.
De rechtbank legt een termijn van acht weken op waarbinnen de minister een besluit moet nemen, met de mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd bij overschrijding van deze termijn.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld in de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €437,50. De uitspraak is gedaan door rechter A.C.J. van Dooijeweert en openbaar gemaakt op 20 november 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.