ECLI:NL:RBDHA:2024:19349
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep wegens niet tijdig besluit mvv-nareis met oplegging nadere beslistermijn en dwangsom
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor verblijf van eiser 1 bij zijn vader, eiser 2. Verweerder, de minister van Asiel en Migratie, heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank behandelt het beroep zonder zitting.
De rechtbank wijst het verzoek om vrijstelling van griffierecht definitief toe wegens betalingsonmacht. De aanvraag werd ingediend op 24 november 2023, met een beslistermijn van 90 dagen die door verweerder met drie maanden werd verlengd. De uiterste beslisdatum was 23 mei 2024, maar verweerder nam geen besluit. Eisers stelden verweerder op 28 mei 2024 rechtsgeldig in gebreke en dienden op 18 juni 2024 beroep in, tijdig volgens de Awb.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is en legt op grond van artikel 8:55d Awb een nadere beslistermijn op van acht weken na verzending van deze uitspraak, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd. Verweerder is veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 en de proceskosten van €437,50. De uitspraak is gedaan door rechter A.C.J. van Dooijeweert op 20 november 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de niet tijdige besluitvorming vernietigd, een nadere beslistermijn en dwangsom opgelegd en verweerder veroordeeld in proceskosten.