ECLI:NL:RBDHA:2024:19364
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling ongegrond verklaard
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, is sinds februari 2024 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank had de rechtmatigheid van de bewaring reeds eerder beoordeeld en richt zich nu op de periode na 18 oktober 2024.
Eiser betoogde dat er geen zicht op uitzetting was omdat hij geen laissez-passer had gezien en de geplande uitzettingen niet doorgingen. De rechtbank oordeelde dat ondanks uitstel en wijziging van vluchten er wel degelijk zicht op uitzetting is, mede doordat een vlucht naar Algerije via Rome op 28 november 2024 geaccordeerd is en een laissez-passer kort voor de vlucht zal worden aangevraagd.
Daarnaast rust op eiser de plicht om actief mee te werken aan zijn uitzetting, hetgeen hij niet heeft gedaan. De rechtbank concludeert dat de minister voldoende voortvarend heeft gehandeld en dat de duur van de bewaring niet onredelijk is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.