Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser, V-nummer: [V-nummer] ,
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, Syriër geboren in 1996, vroeg op 20 april 2024 asiel aan in Nederland. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling omdat uit Eurodac bleek dat eiser op 20 november 2023 al een asielaanvraag in Finland had ingediend. Nederland zond een terugnameverzoek aan Finland, dat dit op 11 juni 2024 accepteerde.
Eiser voerde aan dat het besluit onvoldoende zorgvuldig was voorbereid, dat Finland het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet meer verdient vanwege een nieuwe migratiewet en schendingen van mensenrechten, en dat hij geen klacht kon indienen bij Finse autoriteiten wegens taalbarrière en gebrek aan juridische bijstand. De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende gemotiveerd had en dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat Finland ernstige tekortkomingen vertoont die overdracht verbieden.
De rechtbank overwoog dat eiser de mogelijkheid had gehad om op het voornemen te reageren en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel in beginsel geldt. Ook de toezegging van Finland om de aanvraag conform Europese richtlijnen te behandelen en het ontbreken van bijzondere individuele omstandigheden maakten dat de asielaanvraag terecht niet in behandeling werd genomen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.