ECLI:NL:RBDHA:2024:19638
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing energietoeslag voor studenten wegens strijd met gelijkheidsbeginsel
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een eenmalige energietoeslag 2022 door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag. Het college had de aanvraag afgewezen omdat eiseres en haar partner student zijn en studiefinanciering ontvangen, wat volgens het college een voorliggende voorziening is. De rechtbank oordeelt dat het college ten onrechte heeft aangenomen dat studiefinanciering een voorliggende voorziening is en dat studenten niet categoriaal worden uitgesloten in de beleidsregel.
De rechtbank stelt vast dat studenten en andere minima zich in een vergelijkbare situatie bevinden wat betreft woonsituatie, inkomen en energiekosten, en dat het categorisch uitsluiten van studenten daarom een ongelijke behandeling inhoudt. Hoewel het college een legitiem doel nastreeft, namelijk het voorkomen van overcompensatie en het beperken van administratieve lasten, is het onderscheid slechts deels doelmatig en niet proportioneel.
De rechtbank benadrukt dat een substantieel deel van de studenten in vergelijkbare woonomstandigheden verkeert als andere minima die wel energietoeslag ontvangen. Het college heeft onvoldoende onderbouwd waarom minder vergaande maatregelen niet mogelijk zijn. Ook is individuele bijzondere bijstand geen redelijk alternatief. Daarom is artikel 4, vierde lid, onder c, van de Beleidsregel in strijd met het discriminatieverbod en het gelijkheidsbeginsel en onverbindend.
Het bestreden besluit wordt vernietigd en het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het griffierecht wordt aan eiseres vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit dat studenten categorisch uitsluit van de energietoeslag wordt vernietigd en het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.