ECLI:NL:RBDHA:2024:19692
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging voorkeursrecht gemeente Zuidplas op perceel ondanks bezwaar eigenaar
Eiseres, eigenaar van een perceel in de Zuidplaspolder, betwistte het door de gemeente Zuidplas gevestigde voorlopige en definitieve voorkeursrecht op haar grond. De gemeente baseerde het voorkeursrecht op de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg), met name artikel 4, omdat het perceel volgens de structuurvisie een niet-agrarische bestemming heeft gekregen en het huidige gebruik daarvan afwijkt.
De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen het voorlopige voorkeursrecht niet-ontvankelijk was vanwege gebrek aan procesbelang, omdat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij daadwerkelijk schade had geleden. De inhoudelijke bezwaren tegen het definitieve voorkeursrecht werden ongegrond verklaard. De rechtbank stelde dat de structuurvisie het bepalende planologisch kader vormt en dat het voorkeursrecht terecht is gevestigd op grond van artikel 4 Wvg Pro.
Verder wees de rechtbank het argument af dat het loonbedrijf van eiseres inpasbaar zou zijn binnen de nieuwe bestemming, omdat de gemeente een ander type bedrijvigheid nastreeft. Ook de belangenafweging door de gemeente werd als zorgvuldig beoordeeld. Eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding en het griffierecht werd niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep tegen het voorlopige voorkeursrecht is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het definitieve voorkeursrecht ongegrond, waardoor het voorkeursrecht op het perceel gehandhaafd blijft.