ECLI:NL:RVS:2019:1638
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging voorkeursrecht gemeente Amsterdam op grond van structuurvisie ondanks bestaand bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft op 20 april 2016 een voorlopig voorkeursrecht gevestigd op een perceel aan de Metaalbewerkerweg te Amsterdam, dat door [appellante B] wordt gebruikt voor een elektromotoren reparatiebedrijf. De gemeenteraad bekrachtigde dit besluit in maart 2017 en verklaarde het bezwaar van [appellante B] en [wederpartij] ongegrond in juni 2017. De rechtbank Amsterdam verklaarde de beroepen tegen dit besluit ongegrond in juli 2018.
In hoger beroep betoogde [appellante B] dat het bestemmingsplan reeds een woon-werkbestemming toestaat, zodat het voorkeursrecht niet op de structuurvisie gebaseerd kon worden. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat een structuurvisie als basis voor een voorkeursrecht kan dienen, ook als op perceelsniveau nog geen definitieve bestemming vaststaat. De structuurvisie voorziet in een transformatie van het gebied naar een werk-woongebied, wat een ander en intensiever gebruik inhoudt dan het huidige conserverende bestemmingsplan.
De Afdeling verwierp het beroep van [appellante B] en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het voorkeursrecht is gegrond op de structuurvisie die een wijziging in het planologisch gebruik beoogt, ondanks dat het bestemmingsplan het huidige gebruik vastlegt.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het voorkeursrecht van de gemeente Amsterdam wordt bevestigd.