ECLI:NL:RBDHA:2024:1974

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 februari 2024
Publicatiedatum
19 februari 2024
Zaaknummer
NL23.34942
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 8:54 AwbArt. 42 Vreemdelingenwet 2000WBV 2022/22
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens tijdige beslistermijn verlenging asielaanvraag

Eiser diende op 31 juli 2022 een asielaanvraag in. Verweerder nam deze aanvankelijk niet in behandeling omdat Italië verantwoordelijk zou zijn, maar dit werd op 9 maart 2023 door de rechtbank ongedaan gemaakt. Vervolgens werd de aanvraag vanaf 17 april 2023 in de nationale procedure behandeld, waarbij de beslistermijn van zes maanden startte.

Met de inwerkingtreding van de WBV 2022/22 op 27 september 2022 werd de beslistermijn verlengd met negen maanden, waardoor deze voor eiser pas op 17 juli 2024 afloopt. De rechtbank heeft eerder geoordeeld dat deze verlenging rechtsgeldig is en ziet geen reden dit oordeel te wijzigen.

Omdat de ingebrekestelling van 16 oktober 2023 te vroeg was ingediend, was het beroep van eiser kennelijk niet-ontvankelijk. De rechtbank wijst het beroep af en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen het uitblijven van een besluit op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege een geldige verlenging van de beslistermijn.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.34942

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiser], eiser

V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. C.J. Ullersma),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft op 5 november 2023 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 31 juli 2022. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [1] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
2. Eiser heeft op 31 juli 2022 een asielaanvraag ingediend. Bij besluit van 27 januari 2023 heeft verweerder deze aanvraag niet in behandeling genomen op de grond dat Italië daarvoor verantwoordelijk was. Het hiertegen ingestelde beroep is gegrond verklaard bij uitspraak van 9 maart 2023. Op 17 april 2023 heeft verweerder meegedeeld dat eiser niet tijdig kon worden overgedragen aan Italië en dat de asielaanvraag van eiser (in beginsel) verder behandeld zal worden in de nationale procedure. Op grond van artikel 42, zesde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 is de beslistermijn daarom aangevangen op 17 april 2023. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou in geval van eiser op 17 oktober 2023 eindigen. De staatssecretaris heeft met de inwerkingtreding van de WBV 2022/22 [2] de beslistermijn met ingang van 27 september 2022 verlengd met negen maanden, waardoor deze voor eiser pas op 17 juli 2024 zal eindigen. Deze rechtbank en zittingsplaats heeft in haar uitspraken van 21 maart 2023 [3] geoordeeld dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat op het moment van de inwerkingtreding van de WBV 2022/22 sprake was van een situatie, zoals bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw. [4] De rechtbank ziet geen reden om in deze zaak van dit oordeel af te wijken. Deze verlenging is daarom rechtsgeldig. Dat betekent dat op het moment van de ingebrekestelling de beslistermijn nog niet was verstreken, waardoor de ingebrekestelling van 16 oktober 2023 te vroeg is ingediend. Daarom is het beroep van eiser tegen het uitblijven van een besluit op zijn asielaanvraag kennelijk niet-ontvankelijk.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C.J. van Dooijeweert, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.
2.Besluit van 21 september 2022, nummer WBV 2022/22, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000; gepubliceerd in Staatscourant 2022 nr. 25775; in werking getreden op 27 september 2022.
4.Vreemdelingenwet 2000.