ECLI:NL:RBDHA:2024:19743
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening Polen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Polen op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
De rechtbank heeft vastgesteld dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel van toepassing is, waardoor aangenomen mag worden dat Polen zijn internationale verplichtingen jegens eiser zal nakomen. Eiser heeft onvoldoende objectieve informatie aangeleverd om dit vertrouwen te ondermijnen.
Hoewel eiser persoonlijke ervaringen van discriminatie en slechte verzorging in Polen heeft aangevoerd, heeft hij dit niet tijdig gemeld en is niet gebleken dat hij dit niet had kunnen doen. De rechtbank oordeelt dat deze ervaringen niet leiden tot het doorbreken van het vertrouwensbeginsel.
De rechtbank concludeert dat Polen met de aanvaarding van het terugnameverzoek heeft toegezegd eiser conform internationale verplichtingen te behandelen en dat er geen risico bestaat op schending van artikel 4 van Pro het EU-Handvest na terugkeer.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.