Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Bevoegdheid minister
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, diende op 17 augustus 2024 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk omdat uit Eurodac bleek dat eiser sinds februari 2024 internationale bescherming geniet in Roemenië. Eiser betoogde dat het besluit onbevoegd was ondertekend en dat hij een sterke band met Nederland heeft vanwege zijn militaire samenwerking met Nederlandse militairen en opname op een evacuatielijst.
De rechtbank oordeelde dat het gebrek in ondertekening niet tot nadeel van eiser leidde en daarom kon worden gepasseerd. De rechtbank stelde vast dat eiser geen aannemelijk bewijs leverde voor zijn opname op de evacuatielijst of een sterke band met Nederland. De medische situatie van eiser en zijn kwetsbaarheid werden meegewogen, maar het interstatelijk vertrouwensbeginsel leidde tot de conclusie dat noodzakelijke zorg in Roemenië beschikbaar is.
Het bevel om zich onmiddellijk naar Roemenië te begeven werd bevestigd omdat de wet geen ruimte laat voor een belangenafweging. Het beroep werd ongegrond verklaard, maar verweerder werd veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser vanwege het gebrek in de besluitvorming.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser moet zich onmiddellijk naar Roemenië begeven.