ECLI:NL:RVS:2020:2895
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- E. Steendijk
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens bescherming in andere lidstaat
De moeder diende op 19 februari 2020 een asielaanvraag in Nederland in, maar de staatssecretaris verklaarde deze niet-ontvankelijk omdat zij reeds internationale bescherming geniet in Italië sinds 2018. Haar minderjarige kind, geboren in Nederland, werd eveneens betrokken bij de aanvraag.
De moeder stelde dat zij niet zonder toestemming van de vader een aanvraag voor het kind mocht indienen, maar de Raad oordeelde dat het ontbreken van toestemming niet relevant was omdat de vader ten tijde van de aanvraag nog niet het gezag over het kind had. Ook werd geoordeeld dat de aanvraag van het kind geen zelfstandige procedure kende en dat de niet-ontvankelijkheid ook daarop van toepassing was.
De Raad bevestigde dat op grond van de Kwalificatierichtlijn en het interstatelijk vertrouwensbeginsel het kind aanspraak maakt op bescherming in Italië. De klachten van de moeder werden verworpen en de uitspraak van de rechtbank werd bekrachtigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag van de moeder en haar kind wegens reeds verleende internationale bescherming in Italië.