ECLI:NL:RBDHA:2024:19881
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep wegens niet tijdig besluit verlening machtiging voorlopig verblijf
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij een referent. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht definitief toegewezen.
De aanvraag is ingediend op 19 oktober 2023, met een beslistermijn van 90 dagen die met drie maanden is verlengd. De uiterste beslisdatum was 17 april 2024, maar verweerder heeft geen besluit genomen. Eiseres stelde verweerder op 26 april 2024 rechtsgeldig in gebreke en diende op 4 juni 2024 het beroep in, dat tijdig werd geacht.
De rechtbank oordeelt dat het niet tijdig beslissen gelijkstaat aan een besluit en legt op grond van artikel 8:55d Awb een termijn van acht weken op waarbinnen verweerder een besluit moet nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 en de proceskosten van €437,50. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit vernietigd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het niet tijdig genomen besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen met oplegging van dwangsommen en proceskosten.