ECLI:NL:RBDHA:2024:19905
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens onrechtmatige voortzetting maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht
Eiser, met de Tunesische nationaliteit, was onderworpen aan een maatregel van bewaring opgelegd op 28 februari 2024. Deze maatregel werd op 13 november 2024 opgeheven. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze bewaring en verzocht om schadevergoeding wegens onrechtmatigheid.
De rechtbank beperkte haar beoordeling tot de periode voorafgaand aan de opheffing van de maatregel en stelde vast dat de bewaring tot 10 oktober 2024 rechtmatig was. De vraag was of het voortduren van de maatregel vanaf 10 oktober 2024 tot 13 november 2024 rechtmatig was.
Eiser voerde aan dat verweerder onvoldoende voortvarend had gehandeld bij de uitzetting en dat het voortgangsrapport onvolledig was, waardoor niet kon worden vastgesteld of de uitzettingshandelingen adequaat waren. De rechtbank stelde vast dat het voortgangsrapport inderdaad onvolledig was en dat verweerder sinds 17 oktober 2024 geen uitzettingshandelingen meer had verricht, wat leidde tot een onrechtmatige voortzetting van de maatregel vanaf 18 oktober 2024.
De rechtbank kende een schadevergoeding toe van €2.700 voor 27 dagen onrechtmatige vrijheidsontneming en veroordeelde verweerder tevens in de proceskosten van €875. Het beroep werd gegrond verklaard, maar de maatregel van bewaring werd niet heropend omdat deze reeds was opgeheven.
Uitkomst: De rechtbank kent een schadevergoeding van €2.700 toe wegens onrechtmatige voortzetting van de maatregel van bewaring.