ECLI:NL:RBDHA:2024:19979
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen verlenging overdrachtstermijn aan Kroatië wegens onderduiken
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om de overdrachtstermijn aan Kroatië te verlengen tot achttien maanden, omdat hij volgens de minister ondergedoken zou zijn. De rechtbank heeft het beroep op 19 november 2024 behandeld, waarbij eiser niet aanwezig was.
Eiser stelde dat de minister ten onrechte de overdrachtstermijn verlengde, omdat hij niet ondergedoken zou zijn en de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom sprake zou zijn van onderduiken. Hij verwees naar een eerdere uitspraak en voerde aan dat de MOB-melding en de kamercontrole onvoldoende bewijs vormden.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht heeft aangenomen dat eiser ondergedoken is op basis van de MOB-melding en de vaststelling dat eiser op 17 september 2024 niet meer in het asielzoekerscentrum verbleef. De rechtbank vond de motivering voldoende, ondanks dat het besluit aan de korte kant was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het verlengingsbesluit.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlenging van de overdrachtstermijn aan Kroatië wegens onderduiken wordt ongegrond verklaard.