ECLI:NL:RBDHA:2024:19999
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling met toepassing van de hardheidsclausule en eerdere ingangsdatum
De heer verzoeker bevond zich in een problematische schuldensituatie en verzocht om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank beoordeelde het verzoek op 25 november 2024 en constateerde dat ondanks enkele schulden waarvan twijfel bestond over de goede trouw, het beroep op de hardheidsclausule slaagde. De schulden waren voornamelijk ontstaan tijdens de periode dat verzoeker een onderneming had, die in oktober 2023 werd beëindigd, waardoor geen nieuwe zakelijke schulden meer konden ontstaan.
De rechtbank stelde vast dat verzoeker sinds 1 juli 2024 een zogenoemd nulaanbod had gedaan in het minnelijk traject en dat hij geen afloscapaciteit had. Op basis van rapportages over zijn psychische belastbaarheid werd vastgesteld dat hij tijdelijk volledig arbeidsongeschikt was en intensieve behandeling nodig had. De rechtbank concludeerde dat verzoeker sindsdien voldeed aan de inspannings- en afdrachtverplichtingen van de WSNP.
De WSNP-termijn werd vastgesteld op achttien maanden, ingaande op 1 juli 2024, met een postblokkade gedurende de eerste dertien maanden. De rechtbank benoemde een rechter-commissaris en een bewindvoerder, die onder meer de post van verzoeker zal beheren. Tevens werd bepaald dat alle gelegde beslagen komen te vervallen. De regeling kan worden verlengd of voortijdig beëindigd indien verplichtingen niet worden nagekomen.
Uitkomst: Verzoeker wordt toegelaten tot de WSNP met toepassing van de hardheidsclausule en een ingangsdatum van 1 juli 2024.