Eiser diende op 12 juni 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister verlengde de beslistermijn met negen maanden wegens een groot aantal aanvragen, waardoor de uiterste beslisdatum op 12 september 2024 lag.
Eiser stelde de minister op 25 september 2024 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen en diende op 11 oktober 2024 beroep in tegen het uitblijven van een besluit. De minister reageerde niet met een verweerschrift.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de beslistermijn is verstreken en de ingebrekestelling rechtsgeldig was. De rechtbank vernietigt het niet tijdig nemen van een besluit en draagt de minister op binnen zestien weken alsnog een besluit te nemen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op, met een maximum van €7.500, en veroordeelt de minister in de proceskosten van €437,50.