Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser, V-nummer: [V-nummer],
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Iraakse asielzoeker, diende op 18 mei 2024 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze niet in behandeling omdat Litouwen verantwoordelijk is, aangezien eiser daar op 12 augustus 2021 al een asielaanvraag had ingediend. Nederland stuurde op 26 juni 2024 een verzoek tot terugname aan Litouwen, dat op 5 juli 2024 werd geaccepteerd.
Eiser voerde aan dat hij in Litouwen een jaar in detentie heeft gezeten zonder goede informatie over zijn procedure, slechte behandeling heeft ondergaan en vreest uitgezet te worden naar Irak zonder inhoudelijke beoordeling. Hij stelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom artikel 17 van Pro de Dublinverordening niet van toepassing is.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat dit in zijn geval niet opgaat. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft geoordeeld dat de opvang- en detentieomstandigheden in Litouwen zijn verbeterd en niet in strijd zijn met het EVRM en het Handvest. Er is geen sprake van systeemfouten of een reëel risico op indirect refoulement.
De rechtbank wees ook op een recente uitspraak van het Hof van Justitie van de EU waarin wordt gekeken naar de situatie bij toekomstige overdracht. De door eiser aangevoerde omstandigheden zijn betreurenswaardig maar vormen geen grond voor uitzondering. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.