ECLI:NL:RBDHA:2024:20286
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverantwoordelijkheid België
Eiseres, een Eritrese vrouw met twee minderjarige kinderen, maakte bezwaar tegen het besluit van de Minister van Asiel en Migratie om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat België verantwoordelijk is op grond van de Dublinverordening.
Zij stelde dat België niet voldoet aan internationale verplichtingen, met verwijzing naar rapporten en eerdere uitspraken, en betoogde dat zij vanwege haar kwetsbare situatie niet aan België overgedragen mag worden. De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat België niet aan zijn verplichtingen voldoet.
De rechtbank verwees naar eerdere uitspraken waarin werd vastgesteld dat tekortkomingen in de opvang in België niet leiden tot het doorbreken van het vertrouwensbeginsel. Ook werd geoordeeld dat het feit dat eiseres een alleenstaande ouder is met minderjarige kinderen en bedreigd zou zijn door haar echtgenoot onvoldoende onderbouwd is om bijzondere kwetsbaarheid aan te nemen.
De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit zorgvuldig en voldoende gemotiveerd is en dat er geen aanleiding is om nader onderzoek te verrichten of het besluit te vernietigen. Het beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.