ECLI:NL:RBDHA:2024:20290
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatigheid verlenging beslistermijn asielaanvraag door WBV 2023/26
Eiser diende op 28 januari 2024 een asielaanvraag in. De minister verlengde de beslistermijn op grond van WBV 2023/26 met negen maanden, waardoor de termijn tot 28 april 2025 zou lopen. Eiser stelde de minister op 26 augustus 2024 in gebreke en stelde op 1 oktober 2024 beroep in tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank oordeelt dat WBV 2023/26 onrechtmatig is omdat de verlenging niet strookt met artikel 31, derde lid, van de Procedurerichtlijn. De verlenging is gebaseerd op een combinatie van hoge instroom en bestaande achterstanden, terwijl de richtlijn alleen verlenging toestaat bij een plotselinge toename van asielaanvragen in een goed functionerend asielsysteem.
De rechtbank vernietigt het besluit tot verlenging, verklaart het beroep gegrond en beveelt de minister binnen zestien weken, dan wel binnen acht weken indien eiser reeds is gehoord, alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom opgelegd van €100 per dag met een maximum van €15.000 en wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van €875.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de verlenging van de beslistermijn en beveelt de minister binnen een aangepaste termijn alsnog te beslissen.