Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiseresV-nummer: [V-nummer] , [eiseres] , eiser V-nummer: [v-nummer]
tezamen te noemen: eisers,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag van eiseres tot verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij eiser. De minister heeft niet binnen de wettelijke termijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, een besluit genomen, waardoor het beroep tijdig en gegrond werd verklaard.
De rechtbank stelt vast dat de minister de ontvangst van de aanvraag heeft bevestigd, maar verder nog niet inhoudelijk heeft beoordeeld. De rechtbank legt daarom een termijn van acht weken op waarbinnen een besluit moet worden genomen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd, met een maximum van €7.500.
De rechtbank veroordeelt de minister tot betaling van reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442, de proceskosten van €437,50 en de griffierechten van €187. De uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro.
Deze uitspraak sluit aan bij eerdere jurisprudentie over beslistermijnen bij aanvragen om gezinshereniging en bevestigt het belang van tijdige besluitvorming door bestuursorganen in vreemdelingenzaken.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt een termijn en dwangsommen op aan de minister voor het niet tijdig beslissen op de aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis.