ECLI:NL:RBDHA:2024:2061
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning familie en gezin wegens onvoldoende belangenafweging
Eiser, een Somalische vader die sinds 1992 in Nederland verblijft, verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor het verblijfsdoel 'familie en gezin' op grond van artikel 8 EVRM Pro. De staatssecretaris wees deze aanvraag af, stellende dat eiser geen meer dan marginale zorg- en opvoedtaken verrichtte en dat er geen zodanige afhankelijkheid bestond dat de kinderen het EU-grondgebied zouden moeten verlaten.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende rekening had gehouden met de feitelijke situatie, waarin eiser bijna dagelijks zorg- en opvoedtaken verricht, zoals het brengen en ophalen van de kinderen van school en sport, en dat de ex-echtgenote dit bevestigde. Tevens was onvoldoende gemotiveerd welk gewicht werd toegekend aan deze gewijzigde situatie en de gevolgen voor de kinderen bij vertrek van eiser.
De rechtbank stelde dat de belangenafweging niet alleen objectieve belemmeringen moet meenemen, maar ook subjectieve moeilijkheden ('certain degree of hardship'), wat niet was gebeurd. Ook de beoordeling op basis van het arrest Chavez-Vilchez was onjuist, omdat eiser wel degelijk meer dan marginale zorg- en opvoedtaken verricht en er een afhankelijkheidsrelatie bestaat.
Daarom vernietigde de rechtbank het bestreden besluit wegens strijd met artikel 7:12 en Pro 3:2 van de Awb en droeg de staatssecretaris op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van € 1.750,00.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en de staatssecretaris krijgt acht weken voor een nieuw besluit.