ECLI:NL:RBDHA:2024:20687
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige identiteit en nationaliteit
Eiser diende op 8 februari 2022 een asielaanvraag in, die de minister op 10 september 2024 afwees als kennelijk ongegrond vanwege twijfel aan zijn identiteit, nationaliteit en herkomst. De minister legde ook een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar op.
De rechtbank behandelde het beroep op 21 november 2024 en concludeerde dat de minister terecht oordeelde dat de identiteit en nationaliteit van eiser niet geloofwaardig zijn. Dit was gebaseerd op het onderzoek van Bureau Documenten dat een overgelegde doopakte als mogelijk vervalst bestempelde, het ontbreken van originele identificatiedocumenten, en inconsistenties in de door eiser opgegeven persoonsgegevens.
De rechtbank oordeelde verder dat eiser onvoldoende medewerking heeft verleend aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit, waardoor de asielaanvraag terecht als kennelijk ongegrond kon worden afgewezen. Ook het terugkeerbesluit werd bevestigd omdat er geen risico op refoulement werd geacht. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit blijft in stand.