Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 januari 2024 in de zaak tussen
[eiser], v-nummer: [nummer], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
met terugwerkende krachtkon worden ingetrokken. Dat die bevoegdheid er op grond van artikel 12 van Pro de Vreemdelingenwet 1965 wel was én dat dit in de praktijk ook wel gebeurde, heeft de staatssecretaris wel gesteld maar niet onderbouwd. Dit blijkt in ieder geval niet uit de uitspraken die de staatssecretaris bij zijn brief van 28 juni 2023 heeft overgelegd. Uit een aantal van die uitspraken volgt dat de staatssecretaris op enig moment een verblijfsvergunning met terugwerkende kracht heeft ingetrokken, maar uit geen van die uitspraken volgt dat die bevoegdheid al vóór 1 december 1980 bestond, of in de praktijk al werd gebruikt. Al deze uitspraken, die allen dateren van na mei 1994, zijn voor de kwestie die hier speelt in feite niet relevant: een aantal uitspraken gaan over de intrekking van een (besluit waarmee een) verblijfsvergunning asiel (was verleend) [19] en/of om een intrekking wegens het verstrekken van onjuiste gegevens [20] (wat hier geen rol speelt) of om zaken waarin een verblijfsvergunning wordt geweigerd en niet over de intrekking daarvan [21] . Verder ziet geen van de uitspraken op besluiten van vóór 1 december 1980 en evenmin op zaken waarin de verblijfsvergunning is ingetrokken per een datum die vóór die datum is gelegen.
vóór 1 december 1980verblijfsvergunningen met terugwerkende kracht introk.