ECLI:NL:RBDHA:2024:20734
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsdocument EU/EER wegens ontbreken nieuwe feiten bij schijnrelatie
Eisers, een Servisch stel bestaande uit een vader en zijn dochter, hebben beroep ingesteld tegen de afwijzing van hun aanvraag voor een verblijfsdocument EU/EER om verblijf bij de partner van de vader in Nederland. De aanvraag werd afgewezen omdat het een herhaalde aanvraag betrof zonder nieuwe feiten of veranderde omstandigheden die de oprechtheid van de relatie onderbouwen.
De rechtbank stelt vast dat bij een eerdere aanvraag reeds was vastgesteld dat sprake was van een schijnrelatie. Eisers konden niet aantonen dat er nieuwe feiten of omstandigheden zijn die een oprechte relatie aannemelijk maken. Bewijsmiddelen zoals vliegtickets, Facetime screenshots en bankafschriften werden door de rechtbank niet als voldoende nieuw bewijs erkend.
Hoewel verweerder een zorgvuldigheidsgebrek beging door geen herstelverzuim aan te bieden bij de aanvraagfase, werd dit gebrek gepasseerd omdat eisers hierdoor niet benadeeld zijn. De rechtbank oordeelt dat verweerder in de bezwaarfase wel herstelverzuim heeft geboden. De hoorplicht is niet geschonden omdat het redelijk was om van een hoorzitting af te zien gezien de duidelijkheid over de bewijsstukken.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Wel worden de proceskosten toegekend aan eisers vanwege het geconstateerde zorgvuldigheidsgebrek. De uitspraak bevestigt de strikte toetsing van herhaalde verblijfsaanvragen bij vermoedens van schijnrelaties.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.