Eiseres, met de Oezbeekse nationaliteit, verzocht om een EU-verblijfsdocument op basis van haar relatie met een Bulgaarse partner. Verweerder wees de aanvraag af wegens vermoedens van een schijnrelatie, gebaseerd op tegenstrijdige verklaringen tijdens een simultaan gehoor en diverse indicatoren zoals illegaal verblijf en gebrek aan bewijs van samenwoning.
Eiseres betwistte de bevoegdheid van verweerder om een simultaan gehoor te houden en stelde dat het bewijs onrechtmatig was verkregen. Ook voerde zij aan dat verweerder de hoorplicht had geschonden en dat het besluit onevenredig was vanwege haar bewijsnood.
De rechtbank oordeelde dat verweerder bevoegd was het simultaan gehoor te houden en het verkregen bewijs te gebruiken, aangezien het niet onrechtmatig was verkregen. De tegenstrijdigheden in verklaringen op essentiële punten waren doorslaggevend voor het oordeel dat sprake was van een schijnrelatie. De hoorplicht was niet geschonden omdat eiseres reeds uitgebreid was gehoord in de aanvraagfase en het bezwaar geen nieuwe gronden bevatte.
Het beroep werd ongegrond verklaard, de afwijzing van de aanvraag bleef in stand en eiseres kreeg geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.