ECLI:NL:RVS:2024:2248
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- B. Meijer
- M. Soffers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens vermoedelijk schijnhuwelijk
De vreemdeling, met de Ghanese nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in Nederland om bij haar Nederlandse echtgenoot te verblijven. De staatssecretaris wees deze aanvraag op 7 februari 2020 af en verklaarde het bezwaar ongegrond op 23 april 2021, omdat sprake zou zijn van een schijnhuwelijk. De rechtbank bevestigde dit oordeel in augustus 2022.
De vreemdeling stelde in hoger beroep dat het simultaan gehoor, waarin zij en haar echtgenoot afzonderlijk werden gehoord, geen wettelijke basis had en onrechtmatig was. De Afdeling oordeelde dat hoewel de bevoegdheid tot dit specifieke onderzoek ontbrak, het verkregen bewijs niet zodanig onrechtmatig was dat het niet gebruikt mocht worden. Dit omdat het bewijs niet in strijd was met wat van een behoorlijk handelende overheid mag worden verwacht.
De staatssecretaris had gegronde vermoedens gebaseerd op diverse aanwijzingen, zoals onduidelijkheden over de relatie en eerdere verblijfsprocedures van de referent. De Afdeling bevestigde dat het gebruik van het simultaan gehoor in dit geval toelaatbaar was en dat de vreemdeling haar rechten, waaronder het recht op hoor en wederhoor, kon uitoefenen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf bevestigd.