ECLI:NL:RBDHA:2024:20782
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beëindiging verblijfsrecht EU-onderdanen wegens ontbreken duurzaam verblijf en beroep op bijstand
Eisers, Spaanse EU-onderdanen, ontvingen een bijstandsuitkering en werden door de minister van Asiel en Migratie geconfronteerd met een besluit tot beëindiging van hun verblijfsrecht en een verwijderingsmaatregel. De minister stelde vast dat eisers tussen 26 juli 2018 en 9 juli 2020 niet ingeschreven stonden in de BRP, waardoor het opgebouwde verblijfsrecht verviel. Daarnaast voldeden zij niet aan de voorwaarden voor economisch niet-actieve gemeenschapsonderdanen, omdat zij een beroep deden op de AIO-aanvulling.
Eisers voerden aan dat zij wel degelijk in Nederland woonachtig waren in de periode zonder inschrijving en dat zij voldoende middelen hadden via hun zoon en het Spaanse pensioen, dat nog niet werd uitbetaald. De rechtbank oordeelde echter dat de bewijsstukken onvoldoende waren om duurzaam verblijf aan te tonen en dat het beroep op bijstand het verblijfsrecht als economisch niet-actieve gemeenschapsonderdanen beëindigde.
De belangenafweging van de minister, ook in het kader van artikel 8 EVRM Pro, werd door de rechtbank niet onredelijk bevonden. Eisers hadden sterke banden met Spanje, geen belemmeringen om terug te keren en geen bijzondere omstandigheden die verwijdering zouden verhinderen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep van eisers tegen de beëindiging van hun verblijfsrecht wordt ongegrond verklaard.