Uitspraak
[eiser] , eiser
voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Turkse werknemer, heeft een aanvraag ingediend voor wijziging van zijn verblijfsvergunning naar arbeid in loondienst op grond van het Besluit 1/80. Verweerder wees deze aanvraag af omdat eiser niet voldeed aan de voorwaarde van één jaar ononderbroken legale arbeid bij dezelfde werkgever, aangezien zijn verblijfsvergunning op 15 juni 2022 verliep en hij daardoor 15 dagen minder dan één jaar werkte.
Eiser voerde aan dat verweerder onvoldoende rekening hield met zijn economische bijdrage, zijn privéleven in Nederland en de huidige arbeidsmarktsituatie, en dat zijn hoorplicht was geschonden. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro zorgvuldig en gemotiveerd had gemaakt en dat het besluit niet onevenredig was.
Verder stelde de rechtbank vast dat verweerder terecht van de hoorplicht kon afzien omdat het bezwaar geen aanleiding gaf tot een ander besluit. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk, waarna eiser geen griffierecht of proceskosten werd toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag tot wijziging van de verblijfsvergunning naar arbeid in loondienst is ongegrond verklaard.