ECLI:NL:RBDHA:2024:20852
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat België verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep samen met het verzoek om een voorlopige voorziening behandeld en beoordeeld aan de hand van de aangevoerde beroepsgronden.
De rechtbank oordeelt dat het besluit terecht is genomen. Het ontbreken van de juiste ondertekening door de bevoegde minister werd met toepassing van artikel 6:22 Awb Pro gepasseerd, omdat eiseres hierdoor niet in haar belangen is geschaad. Verder is het voornemen geen besluit met rechtsgevolg en is eiseres in de gelegenheid gesteld haar zienswijze in te dienen. De minister heeft vervolgens alle argumenten meegewogen in het definitieve besluit.
Eiseres stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens België niet langer geldt vanwege een opvangcrisis, maar de rechtbank volgt dit niet. Er is onvoldoende bewijs dat België structureel tekortschiet in opvang en behandeling, zeker voor kwetsbare groepen zoals eiseres. Ook haar beroep op artikel 17 Dublinverordening Pro om de aanvraag in Nederland te behandelen wordt afgewezen, omdat er geen sprake is van onevenredige hardheid.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de aanvraag terecht buiten behandeling is gesteld, waardoor overdracht aan België mogelijk is. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.