ECLI:NL:RBDHA:2024:20928
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvragen wegens Dublinverordening Litouwen
Eiseressen, twee Russische staatsburgers, hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de minister van Asiel en Migratie waarin hun asielaanvragen niet in behandeling zijn genomen omdat Litouwen verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. De rechtbank beoordeelt of de minister terecht heeft besloten niet zelf de aanvragen te behandelen.
De minister heeft op 4 juli 2024 verzoeken tot terugname van de asielaanvragen aan Litouwen gedaan, die op 5 juli 2024 zijn aanvaard. Eiseressen stelden dat in Litouwen sprake is van een onveilig klimaat voor Russen en discriminatie van LHBTI-personen, waardoor zij vrezen voor hun veiligheid en behandeling. Zij voerden aan dat de besluiten onvoldoende gemotiveerd zijn en onzorgvuldig tot stand zijn gekomen.
De rechtbank oordeelt dat de minister voldoende gemotiveerd heeft waarom het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Litouwen kan worden toegepast. De aangevoerde artikelen en rapporten leiden niet tot een ander oordeel. Ook is geen sprake van bijzondere, individuele omstandigheden die toepassing van artikel 17 Dublinverordening Pro rechtvaardigen. Het beroep op indirect refoulement wordt verworpen omdat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt.
De beroepen worden kennelijk ongegrond verklaard, waardoor de overdracht aan Litouwen kan plaatsvinden. Eiseressen krijgen geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter Overmars en openbaar gemaakt op 13 december 2024.
Uitkomst: De beroepen tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen worden kennelijk ongegrond verklaard en de overdracht aan Litouwen bevestigd.