Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
€ 437,50 (vierhonderdzevenendertig euro en vijftig cent);
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf voor zijn echtgenote in het kader van nareis. De minister van Asiel en Migratie heeft niet binnen de wettelijk gestelde termijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, een besluit genomen. Eiser heeft de minister rechtsgeldig in gebreke gesteld en het beroep tijdig ingediend.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de beslistermijn is overschreden. De rechtbank legt een termijn van acht weken op waarbinnen de minister een besluit moet nemen, met een mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken indien nader onderzoek wordt aangekondigd. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd met een maximum van €15.000.
Verder veroordeelt de rechtbank de minister tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442, de proceskosten van €437,50 en de vergoeding van het griffierecht van €187. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp en openbaar gemaakt op 11 december 2024.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen en legt een termijn en dwangsommen op aan de minister.