ECLI:NL:RBDHA:2024:20951
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling wegens zorgvuldige uitzetting
De minister van Asiel en Migratie heeft op 3 januari 2024 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel is meerdere keren door de rechtbank getoetst en werd telkens als rechtmatig beoordeeld. Eiser stelde op 20 november 2024 beroep in tegen het voortduren van deze maatregel.
Eiser voerde aan dat de minister onvoldoende zorgvuldig handelt bij zijn uitzetting, onder meer omdat niet is meegedeeld op welke personalia de laissez-passer is afgegeven en omdat hij een vervalst paspoort zou hebben gebruikt bij zijn visumaanvraag in Spanje. De rechtbank oordeelde dat het aan eiser is om zijn identiteit te onderbouwen en dat hij niet heeft meegewerkt aan identificatie. De Gambiaanse autoriteiten hebben een laissez-passer afgegeven, wat de rechtbank als betrouwbaar beschouwt.
De enkele stelling van eiser over het vervalste paspoort en het ontbreken van mededeling over de personalia op de laissez-passer leidt niet tot het oordeel dat de minister onzorgvuldig handelt. De rechtbank ziet geen reden om de maatregel van bewaring onrechtmatig te achten en verklaart het beroep ongegrond. Tevens wijst zij het verzoek om schadevergoeding af en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.