ECLI:NL:RBDHA:2024:8734
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel vreemdelingenbewaring wegens onvoldoende zicht op uitzetting
Eiser voert beroep aan tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring die op 3 januari 2024 is opgelegd. De rechtbank toetst of deze voortzetting rechtmatig is, mede aan de hand van eerdere uitspraken en de verzwaarde belangenafweging.
De rechtbank concludeert dat de staatssecretaris de verzwaarde belangenafweging tijdig heeft gemaakt, ondanks dat eiser stelt dat deze te laat was vanwege eerdere strafrechtelijke detentie. De inhoud van de belangenafweging is voldoende gemotiveerd, waarbij het niet meewerkende gedrag van eiser aan zijn uitzetting is betrokken.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat de staatssecretaris voortvarend heeft gehandeld door onder meer het opvragen van een paspoortkopie bij Spaanse autoriteiten en het voeren van maandelijkse vertrekgesprekken. Het zicht op uitzetting ontbreekt niet, mede omdat de Gambiaanse autoriteiten de aanvraag in behandeling hebben en presentaties gepland staan.
De rechtbank ziet geen reden om ambtshalve tot een ander oordeel te komen en verklaart het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard.